Blok 5, Mediatie.
 
In het vorige blok zijn aan de orde gekomen de lessen rondom het thema: gevoelens en voor de midden- en de bovenbouw: gevoelens en omgaan met conflicten.
In ons vijfde blok gaan we aan het werk rondom het goed oplossen van conflicten ofwel: mediatie voor de midden en de bovenbouw en ruzies oplossen voor de onderbouw.

Mediatie en de Vreedzame School:
Een belangrijk onderdeel van De Vreedzame School is mediatie door leeftijdgenoten (in het Engels: peer mediation).
Mediatie bestaat in Amerika al lang als een professie en is de laatste jaren ook in Nederland in opmars. Peer mediation is een vorm van mediatie waarin de bemiddeling niet door professionele krachten wordt gedaan, maar door mensen uit de eigen groep. Bij peer mediation op scholen bemiddelen leerlingen bij elkaars conflicten. Het is een van de meest concrete uitwerkingen van het principe dat kinderen zelf verantwoordelijkheid hebben voor het klimaat op school.
In het tweede jaar van de invoering van De Vreedzame School is een aantal leerlingen getraind als mediator. Alle leerlingen van de school hebben dan de lessen van blok 5: Mediatie gehad. Iedereen weet dus al min of meer wat mediatie inhoudt. De leerlingmediatoren komen uit groep 7 en 8.
Eenmaal opgeleid is er elke dag in een school een tweetal mediatoren die ‘dienst hebben’. Tijdens de pauzes lopen zij rond (meestal in een gekleurd hes of jack) en letten op of ze ergens kunnen helpen bij een ruzie of conflict. Gedurende de hele dag zijn ze tijdens de pauzes aanspreekbaar voor het helpen oplossen van conflicten. Leerkrachten kunnen dan tijdens de pauzes ruziënde leerlingen doorsturen naar de mediatoren. Iedere mediator heeft een leerkracht als coach. De leerkracht blijft eindveranwoordelijk. Tijdens de pauzes zijn er ook altijd twee leekrachten aanwezig als pleinwacht. 
 
Onderbouw:
De Onderbouw begint met de les ‘afpakkerd’ of ‘Pienemien is boos’, een les over boosheid. Omdat kleuters vaak nog niet de 'taal' hebben om ruzies op te lossen, lopen meningsverschillen al snel uit de hand tot echte ruzies met huilpartijen en alles wat daar bij hoort. In deze les wordt vooral geprobeerd de taal een belangrijke rol te geven, waardoor kinderen ervaren dat ze zelf invloed hebben op deze gevoelens. We oefenen met herkenbare situaties.
De tweede les heet ‘eind goed, al goed” en gaat over ‘weer goed maken’. Kernzin in deze les is: ‘hoe maak jij het nu weer goed?’. We oefenen heel bewust met de kinderen in het zoeken naar oplossingen voor verschillen van mening, delen van materiaal, etc.
De derde en laatste les voor deze groepen is: ‘helpen bij een ruzie’. Deze les gaat over het helpen van anderen bij het oplossen van een conflict. Vanaf groep 3 wordt dit binnen de Vreedzame School systematisch geoefend. Wij willen met deze les, de kleuters ook al met deze vaardigheid laten oefenen.
 
Midden- en bovenbouw:
In de Midden- en de Bovenbouw  gaan we verder in op de lessen uit het vorige blok. Doel is, dat alle kinderen precies weten hoe mediatie verloopt, alle stappen kennen. Immers: als ze straks een keer in een conflict verzeild raken en samen met een mediator een oplossing gaan zoeken, moeten ze weten dat die mediator zich strikt aan het schema houdt wat er voor staat!
Zo leren de kinderen in de eerste les wat mediatie is en wat een mediator doet.
In les twee formuleren de leerlingen de kwaliteiten waaraan een goede mediator moet voldoen en oefenen ze de eerste 9 stappen van de mediatie.
Logischerwijze volgen dan de resterende stappen 10 tot en met 16 in les 3.
Iets nieuws in les vier: BRAINSTORMEN. De kinderen leren wat dat is en hoe ze die techniek in een klassenvergadering kunnen gebruiken.
In les vijf sluiten we aan bij een van de eerste lessen, waarbij de kinderen samen met de leerkracht hebben nagedacht over taken en hoe die te verdelen zijn (samen verantwoordelijk zijn voor onze klas). Nu gaan we na welke taken er nog meer zijn die door de leerlingen kunnen worden vervuld. De kinderen hebben beter zicht op de lusten en de lasten en de leerkrachten hebben meer zicht op de manier waarop kinderen dit ook kunnen.
We sluiten het blok af met nadenken over ‘anderen helpen’. Hoe zouden wij, als individueel kind, als klas, als school, iets kunnen betekenen voor anderen.